De Dichters Spreken
Improvisaties op gedichten, gecomponeerd en gespeeld door onze dirigent Nico Hovius.
pag 1 / 3 >>>

Voor wie dit leest - Leo Vroman

Gedrukte letters laat ik U hier kijken,
maar met mijn warme mond kan ik niet spreken,
mijn hete hand uit dit papier niet steken;
wat kan ik doen? Ik kan U niet bereiken.


O, als ik troosten kon, dan kon ik wenen.
Kom, leg Uw hand op dit papier; mijn huid;
verzacht het vreemde door de druk verstenen
van het geschreven woord, of spreek het uit.


Menige verzen heb ik al geschreven,
ben menigeen een vreemdeling gebleven
en wien ik griefde weet ik niets te geven:
liefde is het enige.


Liefde is het meestal ook geweest
die mij het potlood in de hand bewoog
tot ik mij slapende vooroverboog
over de woorden die Gij wakker leest.


Ik zou wel onder deze bladzij willen zijn
en door de letters heen van dit gedicht
kijken naar uw lezende gezicht
en hunkeren naar het smelten van Uw pijn.


Doe deze woorden niet vergeefs ontwaken,
zij kunnen zich hun naaktheid niet vergeven;
en laat Uw blik hun innigste niet raken
tenzij Gij door de liefde zijt gedreven.


Lees dit dan als een lang verwachte brief,
en wees gerust, en vrees niet de gedachte
dat U door deze woorden werd gekust:
Ik heb je zo lief.


Zou het kunnen zijn - Rosalinda Weel

Zou het kunnen zijn...


Dat terwijl wij ziek worden,
de aarde kan helen
Dat nu van alles verandert en stopt,
de natuur weer door kan gaan


Zou het kunnen zijn...


Dat nu de wereld vertraagt,
de liefde kan versnellen
Dat druk zijn en naar buiten racen en vliegen,
de rust vinden en naar binnenkeren wordt


Zou het kunnen zijn...


Dat als we thuis moeten blijven,
we weer kunnen ervaren van wie we houden
Dat nu de maatschappij zo leunt op de zorg,
we beseffen hoe ontzettend belangrijk dat is


Zou het kunnen zijn...


Dat de wereld en de luxe om ons heen nu kleiner wordt,
zodat we ons eigen grote hart weer kunnen voelen
Dat nu we goed voor onszelf en anderen moeten zorgen,
Ontdekken dat zelfliefde en naastenliefde noodzakelijk is.


Zou het kunnen zijn...


Dat nu we samen strijden tegen hetzelfde,
de eenheid in de verschillen kan worden gevonden
Dat als we elkaar nodig hebben,
herontdekken hoe saamhorigheid voelt


Zou het kunnen zijn...


Dat na de chaos en strijd van deze tijd,
een nieuwe wereld wordt geboren
Dat na de angst en onzekerheid,
de liefde en waardering voor elkaar en de aarde terugkeert


Zou het kunnen zijn...
Dat het zo moet zijn,
opdat de liefde wederkeert.


Corona gedicht

Het kwam van heel ver weg,
uit China
en we gaven het de naam,
CORONA
Die naam gaf het koninklijke allure, maar als het je trof,
moest je het wel bezuren.


We moesten het zo goed mogelijk weren,
maar je kunt er ook van leren.


Steeds meer mensen durven nu
volmondig te beamen:
We leven niet alleen,
maar allemaal samen.


En misschien heeft Corona ons,
voor iets veel ergers nog, bespaard:
Het leven met Corona heeft wereldwijd de lucht geklaard.


’s Avonds in het duister zie ik sterren stralen aan het firmament,
helderder dan ooit,
ongekend,
lichtpunten en -puntjes,
stralend in het donker,
totdat in het ochtendgloren,
voor jou, voor mij, voor ons
een nieuwe dag, en, wie weet,
een nieuwe mens wordt geboren.



Corona

Ineens een algehele ontwenningskuur:
schud geen handen, deins terug,
slalom in het winkelpad,
geef geen zoenen, de Nederlandse
drieklapper, - uit den boze,
je deed er maar aan mee - heden
mag alleen een glimlach
of een knik.


Ik mis mijn koor, de sportclubs,
de contacten. Wat kan nog wel?
Mailen, bellen of
een praatje op anderhalve meter.
Hobby’s zijn mijn geluk, maar -
chagrijn ligt op de loer.



De wereld zit op slot

De wereld zit op slot
samenkomen is er niet meer bij
het is tijd voor diepe reflectie
turen in het eindeloze
stil, zo mooi
gedachten zijn onbeperkt
ontsnappen aan het aardse.
Vliegend in het heelal
kijk achterom
wat een mooie aarde
kraakhelder, wat een kleuren
maar op het oppervlak
in die mierenhoop
voltrekt zich verwoesting
zekerheden bestaan niet meer
wat gaat er gebeuren?


Ik kom terug - in wat voor wereld?
is die weer hetzelfde?
is die nog van mij?
hebben wij wat geleerd?
rat race, overleven?
of weer meer meer meer?


De wereldbol draait door
nog steeds op tijd
nog even zwaar
in eeuwigheid
het menselijk leed
heeft geen gewicht
maar drukt zich uit
op een ieders gezicht


De toekomst aan de einder
brengt een sprankje hoop
de zon geeft altijd energie
aan het menselijk verloop.


Eb - M. Vasalis

Ik trek mij terug en wacht.
Dit is de tijd die niet verloren gaat:


Ied’re minuut zet zich in toekomst om.
Ik ben een oceaan van wachten,
Waterdun omhuld door ’t ogenblik.


Zuigend eb van het gemoed,
Dat de minuten trekt en dat de vloed
Diep in zijn duisternis bereidt.


Er is geen tijd.
Of is er niets dan tijd?



Ergens moet het zijn - J.C. van Schagen

Ergens moet het zijn
Een soort verwilderde tuin
Van oude stilte


De boom voor het raam,
Zacht wazelt hij zijn verhaal
Niemand begrijpt het


Het heeft geregend
De tuin dampt goede geuren
Aarde die verlangt



There is another Sky - Emely Dickinson

There is another sky,
Ever serene and fair,
And there is another sunshine,
Though it be darkness there;
Never mind faded forests, Austin,
Never mind silent fields -
Here is a little forest,
Who leaf is ever green;
Here is a brighter garden,
Where not a frost has been;
In its unfading flowers
I hear the bright bee hum;
Prithee, my brother,
Into my garden come!



Onder de appelboom - Rutger Kopland

Ik kwam thuis, het was
een uur of acht en zeldzaam
zacht voor de tijd van het jaar,
de tuinbank stond klaar
onder appelboom


ik ging zitten en ik zat
te kijken hoe de buurman
in zijn tuin nog aan het spitten
was, de nacht kwam uit de aarde
een blauwer wordend licht hing
in de appelboom


toen werd het langzaam weer te mooi
om waar te zijn, de dingen
van de dag verdwenen voor de geur
van hooi, er lag weer speelgoed
in het gras en verweg in het huis
lachten de kinderen in het bad
tot waar ik zat, tot
onder de appelboom


en later hoorde ik de vleugels
van ganzen in de hemel
hoorde ik hoe stil en leeg
het aan het worden was


gelukkig kwam er iemand naast mij
zitten, om precies te zijn jij
was het die naast mij kwam
onder de appelboom, zeldzaam
zacht en dichtbij
voor onze leeftijd.



Der GingGanz - Christian Morgenstern

Ein Stiefel wandern und sein Knecht
von Knickebühl gen Entenbrecht.


Urplötzlich auf dem Felde drauß
begehrt der Stiefel: Zieh mich aus!


Der Knecht drauf: Es ist nicht an dem;
doch sagt mir, lieber Herre, -: wem?


Dem Stiefel gibt es einen Ruck:
Fürwahr, beim heiligen Nepomuk,


ich GING GANZ in Gedanken hin...
Du weißt, daß ich ein andrer bin,


seitdem ich meinen Herrn verlor...
Der Knecht wirft beide Arm empor,


als wollt er sagen: Laß doch, laß!
Und weiter zieht das Paar fürbaß.


Darkroom theme
by ThemeFlood